Actualiteiten

24 oktober 2011

Gestolen damesfiets

Het meenemen van de fiets van een collega leidde tot ontslag op staande voet.  De kanton-rechter liet dit in stand, waardoor het recht op ww ook was verkeken.

De zaak
Een 50 jarige man werkte sinds 5 augustus 1985 als operator bij Philips Lighting BV. In juni van dit jaar nam hij na afloop van zijn werkzaamheden een damesfiets uit de bedrijfsfietsenstalling mee naar huis. De werknemer verkeerde namelijk in de veronderstelling dat deze fiets de onlangs in het plaatselijke winkelcentrum gestolen fiets van zijn echtgenote was. De vergissing kwam hem -letterlijk- duur te staan. Hoewel de werknemer reeds enkele uren na thuiskomst er achter kwam dat de fiets niet die van zijn echtgenote was, heeft hij de fiets pas terug gebracht nadat hij door zijn leidinggevende met het voorval werd geconfronteerd. Philips achtte de zaak ernstig genoeg om ontslag op staande voet aan te zeggen.

De procedure
Het ontslag op staande voet werd door de werknemer aangevochten. Philips verzocht daarop aan de kantonrechter om -voor zover het dienstverband nog mocht blijken te bestaan- Als een ontslag op staande voet wordt gegeven en de werknemer verweert zich daar tegen, dan zal deze de werkgever onder meer aanspreken voor doorbetaling van loon. Zo’n procedure kan lang duren vanwege de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen. Werkgevers vragen dan vaak zekerheidshalve ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter “voor zover nog vereist”. Soms kiezen werkgevers er voor om in plaats van een ontbindingsprocedure een ontslagvergunning “voor zover nog vereist”aan te vragen bij het UWV Werkbedrijf. de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van de dringende reden van diefstal. Philips was van mening dat zij op de integriteit van haar werknemers moet kunnen vertrouwen. Door het wegnemen van de fiets van een collega was dat vertrouwen ernstig en onherstelbaar  geschonden. Verder voerde Philips aan ter zake van diefstal een zero tolerancebeleid te voeren. In de ontbindingsprocedure verweerde de werknemer zich door te stellen dat hij de fiets niet had gestolen maar zich had vergist. Verder stelde hij dat er gedurende zijn 25-jarig dienstverband nooit incidenten hadden voor gedaan. Philips beaamde dat laatste ook, maar gaf ook aan dat de werknemer na de ontdekking van de vergissing de fiets direct had moeten terugbrengen maar dat pas heeft gedaan toen hij door zijn leidinggevende op het voorval werd aangesproken.

De kantonrechter volgde Philips in haar betoog en ging daarbij nog een stapje verder door te stellen dat er sprake was van ongerechtvaardigde eigenrichting. Weliswaar bleek ter zitting dat de fiets van de echtgenote van de werknemer inderdaad enkele dagen eerder was gestolen, zodat het voor mogelijk werd gehouden dat de werknemer de bewuste fiets als die van zijn echtgenote meende te herkennen. In dat geval, aldus de kantonrechter,  had het op de weg van de werknemer gelegen om ofwel de bedrijfsbeveiligingsdienst hierover aan te spreken dan wel de politie te verwittigen. Verder rekende de kantonrechter het de werknemer zwaar aan dat hij na ontdekking de fiets niet meteen had terug gebracht, wetende hoe de gedupeerde collega zich zou voelen, nu het kwijtraken van een fiets zijn echtgenote immers al een paar maal was overkomen.

Dat de werknemer de fiets niet direct de volgende dag had terug gebracht omdat hij zijn schoonmoeder moest verhuizen werd door de kantonrechter afgedaan als zijnde het kiezen voor het eigen belang. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden zonder toekenning van enige ontslagvergoeding of compensatie. Met deze uitspraak werd de mogelijkheid om een ww-uitkering te krijgen tevens teniet gedaan.

Naschrift
Uit bovenstaande zaak blijkt weer eens hoe hachelijk het bij arbeidsconflicten kan zijn om te trachten je gelijk bij de rechter te halen, zeker als je een niet te sterke zaak hebt. In conflicten als deze doet een werknemer er vaak beter aan om -met behulp van zijn advocaat- bij de werkgever af te tasten hoe diep de wrok zit en daarbij te proberen om tot een vergelijk te komen. Wellicht was er in deze zaak, mede vanwege het langjarige dienstverband, nog de mogelijkheid geweest om via een vaststellingsovereenkomst een einde aan het dienstverband te maken, waardoor in ieder geval het ww-recht zou zijn behouden. Het is heel goed mogelijk dat de advocaat van de werknemer dit ook heeft voorgesteld en/of heeft getracht tot een dergelijk vergelijk te komen. Mijn naschrift houdt dus geen enkel verwijt richting de advocaat van deze werknemer in.

Advocaat:
Mr Peter P. Klokkers

Bron: Rechtbank Breda Sector kanton, 2 augustus 2011, LJN BR4134


Plaats een reactie

Naam:
E-mail adres:
Reactie:
 
This is a captcha-picture. It is used to prevent mass-access by robots. (see: www.captcha.net)
 



info@bmkadvocaten.nl
T. +31 (0)20 535 22 22
F. +31 (0)20 535 22 32
Gebouw Sarphatiplaza
6e etage
Rhijnspoorplein 30
1018 TX Amsterdam
Postbus 16626
1001 RC Amsterdam