Actualiteiten

27 juli 2017

brief aan de Algemene Raad over gedragsregel 17 lid 1 van het consultatie document

De Nederlandse Orde van Advocaten heeft een consultatie document voor nieuwe gedragsregels voor advocaten verspreid. Aan advocaten is gevraagd een enquête in te vullen over dit voorstel. Wij hebben over gedragsregel 17 lid 1 van het consultatiedocument een brief geschreven aan de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten. Hieronder treft u de tekst van deze brief aan. Het consultatiedocument en een ingevulde enquête zijn elders op deze website geplaatst.
Amici, amica,

Van het consultatiedocument nieuwe gedragsregels heb ik kennis genomen. Ook heb ik de on-line vragenlijst ingevuld. Jammer is, dat bij de vragenlijst alleen gevraagd wordt of de regel en de toelichting duidelijk zijn. Ik heb mij hierdoor niet laten weerhouden zo nodig ook een inhoudelijke reactie te geven.
Voor wat betreft regel 17 lid 1 (huidig 28 lid 1) geeft de on-line vragenlijst echter onvoldoende ruimte voor een reactie. Ik heb in dit document daarom verwezen naar deze brief. Bovendien ben ik van mening, dat dit onderdeel zo belangrijk is, dat de on-line vragenlijst onvoldoende is.

Gedragsregel 28 lid 1 (huidig) staat op gespannen voet met de regels gebaseerd op de wet op de rechtsbijstand en staat haaks op de gangbare praktijk in de letselschade. Maar ook in andere gevallen kan de regel onnodig nadelig uitpakken.

Wet op de Rechtsbijstand

Met ingang van 15 augustus 2013 is art. 32 Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr) gewijzigd. Op de vergoeding wordt een uitgesproken proceskostenveroordeling van de toevoegingsvergoeding afgetrokken; ook al heeft alleen de rechtzoekende (de cliënt) aanspraak op deze vergoeding.
Blijkens de toelichting wordt van de advocaat verwacht, dat een akte van cessie wordt opgemaakt, op grond waarvan de advocaat dit bedrag kan incasseren.
Ik verwijs naar bijgaande tekst, afkomstig van de website van de Raad voor Rechtsbijstand.
Het kan mijns inziens niet zo zijn, dat enerzijds op grond van het Bvr van de advocaat wordt verwacht, dat hij een akte van cessie opmaakt tot zekerheid van de uitbetaling van zijn honorarium en anderzijds de advocaat dit niet mag doen op grond van de gedragsregels.

Letselschade praktijk

Rechtzoekenden, die te maken hebben met een letselschade, zitten vaak in een moeilijk financieel pakket. Zij hebben veel extra kosten ten gevolgen van het letsel en in veel gevallen daalt het inkomen.
Indien in die gevallen de advocaat moet zeggen, dat een voorschot in geld betaald moet worden, ten behoeve van het honorarium, is dit een extra belasting voor een dergelijke rechtzoekende.
Het is dan ook in het belang van de rechtzoekende, dat de advocaat pas betaald hoeft te worden, op het moment, dat de wederpartij betaalt.
Het is daarom een gangbare praktijk in het belang van de rechtzoekende, dat er een privatieve lastgeving door de cliënt wordt getekend of een akte van cessie. Op deze wijze heeft de advocaat voldoende zekerheid, dat hij zijn honorarium ontvangt en hoeft de cliënt in een toch al financieel benarde situatie geen voorschot te betalen.
De heersende opvatting onder letselschade advocaten is, dat dit niet in strijd is met het gedragsrecht. Onder de huidige situatie is dit ook te onderbouwen: regel 28 lid 1 is verouderd. Maar als deze regel ongewijzigd in de nieuwe gedragsregels wordt opgenomen, is dit mijns inziens moeilijk vol te houden.

In de praktijk zal dit ertoe leiden, dat rechtzoekenden een voorschot moeten betalen. Rechtzoekenden zullen dan in veel gevallen uitwijken naar letselschadebureautjes, waarop geen behoorlijke controle uitgevoerd worden. De handhaving van deze regel zal enerzijds de concurrentiepositie van de letselschade advocatuur aantasten en anderzijds slecht uitpakken van rechtzoekenden.

Overige gevallen

Ook buiten de gefinancierde rechtsbijstand en de letselschade praktijk zijn er veel gevallen denkbaar, waarin het in het belang van de rechtzoekende is, dat wel een akte van cessie of een privatieve lastgevingsovereenkomst wordt opgesteld. Eigenlijk in al die gevallen, waarin ten behoeve van een cliënt gelden bij een wederpartij worden geïncasseerd, zeker als de kosten van rechtsbijstand een onderdeel zijn van het te incasseren bedrag.

Mij ontgaat ook, welk doel ermee gediend is, dat geen akte van cessie of privatieve lastgevingsovereenkomst tot zekerheid van de betaling van het honorarium mag worden opgemaakt. Althans voor zover het gaat om door de advocaat in die zaak te innen gelden bij de wederpartij.
In de toelichting wordt verwezen naar een uitspraak van het Hof van Discipline Maar in die zaak gaat het om cessie van vorderingen, die niets te maken hebben met de zaak, die de advocaat behandelt.

Ik dring er op aan, dat deze gedragsregel wordt aangepast.

Met vriendelijke groet,

Gilles Beydals

Bijlage: print van de website van de Raad voor Rechtsbijstand.


Plaats een reactie

Naam:
E-mail adres:
Reactie:
 
This is a captcha-picture. It is used to prevent mass-access by robots. (see: www.captcha.net)
 



info@bmkadvocaten.nl
T. +31 (0)20 535 22 22
F. +31 (0)20 535 22 32
Gebouw Sarphatiplaza
6e etage
Rhijnspoorplein 30
1018 TX Amsterdam
Postbus 16626
1001 RC Amsterdam