Actualiteiten

24 april 2012

Ontslag na beledigen werkgever op Facebook

De sociale media rukken ook op in de rechtszaal. Op 19 maart 2012 was het eerste Facebook-ontslag van Nederland een feit.

De zaak
De werknemer is bij Blokker op 2 januari 2012 in dienst gekomen als magazijnmedewerker met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (tot 21 december 2012). De werknemer had voordien als uitzendkracht bij Blokker gewerkt. Twee weken na zijn aanstelling verzoekt de werknemer om een voorschot op zijn salaris. Blokker weigert dit. De werknemer gedraagt zich daarna "opgefokt" op de werkvloer. Tevens laat hij zich op Facebook negatief uit over Blokker. Op 16 januari stuurt Blokker hem een schriftelijke waarschuwing. De werknemer slaat die waarschuwing in de wind en plaatst op 2 februari 2012 op Facebook uiterst beledigende teksten over het bedrijf (een hoerebedrijf) en zijn teamleider. Voor Blokker is dit de spreekwoordelijke druppel. De werknemer wordt geschorst in afwachting van de uitkomst van de ontbindingsprocedure.

De procedure
Blokker BV verzoekt de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden op grond van (primair) dringende redenen en (subsidiair) wegens wijziging van omstandigheden zoals bedoeld in artikel 685 van Boek 7 BW. Verder voert Blokker aan dat er bij ontbinding geen ontslagvergoeding aan de werknemer dient te worden toegekend.
De werknemer voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek. Mocht de kantonrechter wel tot ontbinding overgaan dan verzoekt hij om een ontslagvergoeding van 3.800,36 bruto.
De kantonrechter maakt korte metten met dit verweer en wijst het verzoek van Blokker toe. De arbeidsovereenkomst wordt op grond van dringende redenen (de primaire grondslag) per onmiddellijk ontbonden zonder ontslagvergoeding. Als enige troost voor de werknemer compenseert de kantonrechter de proceskosten (iedere partij betaalt de eigen kosten).

Motivering
Allereerst stelt de kantonrechter vast dat hier sprake is van het op grovelijke wijze beledigen van Blokker. Het beroep van de werknemer op de vrijheid van meningsuiting heeft het op Facebook geplaatste bericht niets te maken. Bovendien, zo stelt de kantonrechter, wordt de vrijheid van meningsuiting begrensd door beginselen van zorgvuldigheid die een werknemer jegens zijn werkgever in acht dient te nemen. Vanwege die beginselen is het plaatsen van het bericht van 2 februari 2012 onterecht. De werknemer heeft de uit artikel 611 van Boek 7 BW voortvloeiende verplichting om zich als goed werknemer te gedragen geschonden. De werknemer betoogde nog dat Facebook als privedomein heeft te gelden. Dat verweer werd verworpen. De kantonrechter benadrukte dat het privekarakter van Facebook betrekkelijk is. Het begrip "vrienden" is rekkelijk nu juist iemand uit de "vriendenkring" van werknemer Blokker van de Facebook uitlatingen op de hoogte bracht. Bovendien is niet gegarandeerd dat de "vrienden" de tekst niet doorsturen aan hun "vrienden" zodat uiteindelijk veel meer mensen kennis kunnen nemen van het bericht in kwestie.

Naschrift
Dat men anderen, waaronder werkgevers, niet straffeloos kan beledigen is duidelijk. In de wet is overigens als ontslaggrond het op grovelijke wijze beledigen van de werkgever expliciet genoemd. (art. 7:678 tweede lid onder e BW) Het zich daarbij bedienen van sociale media kan die straffeloosheid evenmin wegpoetsen. Bedacht moet worden dat het gebruik van internet terughoudendheid vereist, wellicht zelfs meer dan de meeste mensen vermoeden. Voor u als lezer van het bovenstaande geldt dan ook dat een gewaarschuwd mens voor twee telt.

Advocaat:
Mr Peter P. Klokkers

Bron:
Rechtbank Arnhem, sector kanton,19 maart 2012, LJN BV9483


Plaats een reactie

Naam:
E-mail adres:
Reactie:
 
This is a captcha-picture. It is used to prevent mass-access by robots. (see: www.captcha.net)
 



info@bmkadvocaten.nl
T. +31 (0)20 535 22 22
F. +31 (0)20 535 22 32
Gebouw Sarphatiplaza
6e etage
Rhijnspoorplein 30
1018 TX Amsterdam
Postbus 16626
1001 RC Amsterdam