Actualiteiten

14 maart 2011

Liegen kost geld

Een werkgever die bij het UWV-Werkbedrijf een ontslagvergunning had gevraagd, bleek dit op valse voorwendsels te hebben gekregen. Liefst drie functionarissen van de werkgever pleegden schriftelijk bedrog maar kwamen daar waarschijnlijk zelf goed mee weg. De werkgever (het bedrijf) zelf moest wel diep in de buidel tasten.

Aan een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (ook wel vast arbeidscontract genoemd) kan op verschillende manieren een einde komen. Naast ontslagname door de werknemer kan de dienstbetrekking worden beëindigd met wederzijds goedvinden, al dan niet via een zogenaamde vaststellingsovereenkomst. Aan dit laatste zitten nog al wat haken en ogen maar daar gaat het in dit stukje niet over. Verder is er nog de ontbinding via de kantonrechter, met of zonder ontslagvergoeding. De goedkoopste weg voor de werkgever die van een werknemer af wil blijft echter het verkrijgen van toestemming van (de Raad van Bestuur van) het UWV Werkbedrijf om de arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen. Die procedure gaat uitsluitend schriftelijk en vangt aan met een door de werkgever ingediend verzoekschrift waarop de werknemer binnen een paar weken kan reageren. Soms volgt er nog een tweede schriftelijke ronde en daarna valt de bijl (of niet). Als de werkgever met een goed onderbouwd verhaal komt zal de toestemming veelal worden gegeven. De werknemer heeft echter nog een mogelijkheid om dit ontslag aan te vechten bij de kantonrechter. Dat heet de “kennelijk onredelijk ontslag”procedure. Dat zo’n procedure soelaas kan bieden blijkt uit onderstaande zaak.

Stichting Duinrust te Den Haag zat met een medewerker technische dienst in haar maag. De man was al een aantal jaren (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt. In 2005 werd de man op staande voet ontslagen. Dat ontslag werd vervolgens weer ingetrokken. Een bij de kantonrechter aangespannen ontbindingsprocedure werd eveneens door Duinrust ingetrokken. De werknemer had in kort geding weder tewerkstelling geëist en die procedure gewonnen. Door al dit geharrewar was er wel een ernstige vertrouwensbreuk ontstaan tussen partijen. Vervolgens werden er zeer moeizame onderhandelingen gevoerd over het hervatten van het werk. Uiteindelijk werd de werknemer op een andere locatie tewerk gesteld. Medio 2007 viel hij uit wegens een medische ingreep. Toen hij zich in november 2007 weer als hersteld meldde werd hij niet meer op de werkplek toegelaten. Duinrust wilde eerst een medisch onderzoek door de Arbo-arts laten verrichten. Dat onderzoek heeft vervolgens nooit plaats gevonden. In de loop van 2008 werden er onderhandelingen gestart om tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst te komen. Op een laatste bod door de werknemer gedaan in januari 2009 werd niet meer gereageerd door Duinrust. De kantonrechter achtte dit afbreken van ver gevorderde onderhandelingen in strijd met goed werkgeverschap en dat heeft Duinrust geld gekost zoals hierna zal blijken.

In plaats van door te onderhandelen vroeg Duinrust bij het UWV Werkbedrijf een ontslagvergunning aan op de grond dat werknemer zou hebben geweigerd in december 2007 opdrachten uit te voeren. Liefst drie functionarissen van Duinrust onderschreven dit. In de kennelijk onredelijk ontslagprocedure kwam boven water dat er sprake was van valse voorwendselen aangezien de werknemer immers niet meer had gewerkt vanaf november 2007 en hij dus in december 2007 geen opdracht had kunnen krijgen. Waarom dat -duidelijk aantoonbare- verweer niet in de UWV-procedure door de werknemer naar voren is gebracht blijft in nevelen gehuld.

De kantonrechter kwam tot het oordeel dat, indien partijen begin 2009 zouden hebben door onderhandeld, er zeer waarschijnlijk een ontslagvergoeding van rond de € 90.000,- zou zijn overeengekomen. Daarom werd Duinrust veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van € 41.000,- plus een bedrag van € 46.488,- wegens niet uitbetaalde bereikbaarheidstoeslag.

Duinrust had in deze procedure het zelfs nog gewaagd om een tegenvordering (reconventionele vordering) van € 103.278,64 in te stellen wegens onverschuldigde loonbetaling. De kantonrechter veegde dit van tafel door te stellen dat het feit dat de werknemer jaren niet had gewerkt geheel aan Duinrust te wijten was en dus voor haar rekening en risico diende te blijven.

Deze uitspraak is in lijn met recente jurisprudentie van de Hoge Raad en wel in die zin dat de kantonrechter de toegekende schadevergoeding deed aansluiten bij het te verwachten resultaat van de gevoerde onderhandelingen en dus niet bij het resultaat dat zou zijn verkregen met toepassing van de zogeheten kantonrechtersformule. De Hoge Raad heeft namelijk bepaald dat bij kennelijk onredelijk ontslag procedures er telkens moet worden gekeken naar de omstandigheden van het geval om de omvang van de schadevergoeding vast te stellen.

Advocaat:
Mr Peter P. Klokkers

 Bron: Rechtbank Den Haag, sector kanton, 16 december 2010 LJN BP5370


Plaats een reactie

Naam:
E-mail adres:
Reactie:
 
This is a captcha-picture. It is used to prevent mass-access by robots. (see: www.captcha.net)
 



info@bmkadvocaten.nl
T. +31 (0)20 535 22 22
F. +31 (0)20 535 22 32
Gebouw Sarphatiplaza
6e etage
Rhijnspoorplein 30
1018 TX Amsterdam
Postbus 16626
1001 RC Amsterdam