Actualiteiten

24 juni 2011

Uitlatingen Wilders onrechtmatig; het strafproces was een verkeerde weg.

In het proces tegen Wilders is de schijn ontstaan, dat de uitlatingen van Wilders toegestaan zijn. Echter daarover beslist de strafrechter niet. De beslissing van de strafrechter kan niet meer inhouden, dan dat de uitlatingen ofwel strafbaar, dan wel niet strafbaar zijn.

Rechtbank beslist, dat de uitlatingen, die aan de rechter zijn voorgelegd niet strafbaar zijn. Dat betekent echter nog geenszins, dat die uitlatingen ook rechtmatig zijn. Ook als er geen sprake is van een strafbaar feit, kunnen onnodig grievende uitlatingen wel onrechtmatig zijn. In een civiele procedure kan een verbod gevraagd worden en kan schadevergoeding gevorderd worden. Zie in dit verband bij voorbeeld een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 16 juni 2011 (LJN: BQ8213, Rechtbank Amsterdam, 491874 / KG ZA 11 - 869), waarin een column in de VARA gids onrechtmatig werd geacht. Ik kan u verzekeren, dat een strafzaak tegen de VARA vanwege die column kansloos was geweest.

Het proces tegen Wilders is begonnen met de aangifte van een groep slachtoffers (klagers) van de onnodig grievende uitlatingen van Wilders wegens een strafbaar feit. De keuze voor deze aangifte is begrijpelijk, hoewel ook in dit stadium het de vraag is, of deze keuze wel verstandig is geweest. Immers de aangevers konden weten, dat een strafproces zou uitmonden in een media circus. Maar mogelijk meenden de klagers dat een publieke behandeling, die breed uitgemeten zou worden in de media voor de slachtoffers gunstig en voor Wilders ongunstig zou zijn. Inmiddels is wel duidelijk, dat het media circus rond deze strafzaak vooral gunstig is geweest voor Wilders en zijn PVV; het heeft Wilders en de zijnen alleen maar meer stemmen opgeleverd.

Het Openbaar Ministerie besloot geen strafvervolging in te stellen. Echter klagers hebben een beroep gedaan op art. 12 Strafvordering en het Gerechtshof gevraagd het Openbaar Ministerie opdracht te geven strafvervolging in te stellen. Dit is mijns inziens een verkeerde zet geweest. Immers het Gerechtshof heeft weliswaar beslist, dat strafvervolging ingesteld moest worden, maar het Openbaar Ministerie, die van het begin af aan deze procedure niet wilde, moest dat uitvoeren. De partijen in een dergelijk proces zijn de Officier van Justitie (Openbaar Ministerie) en de verdachte (Wilders). De klagers en hun advocaten hebben slechts een spreekrecht en hebben een beperkt recht op schade vergoeding. Hoger beroep staat voor klagers niet open, omdat zij geen partij zijn.

Met deze weinig zelfstandige positie in de procedure zijn de klagers voor een groot deel afhankelijk van de Officier van Justitie, die echter helemaal niet aan de kant van de klagers staat; die had immers deze procedure niet gewild. Klagers kunnen nog altijd een civiele procedure aanspannen. Anders dan in het strafproces zijn klagers in een door hun zelf aan te spannen procedure wel zelf partij. Zij kunnen in overleg met de behandelend advocaat zelf bepalen, welke feiten naar voren worden gebracht en welke feiten aan de vordering ten grondslag worden gelegd, zonder afhankelijk te zijn van een onwillige Officier van Justitie.

In de publiciteit werd na de uitspraak door de advocaten van de klagers aangegeven, dat Wilders nog niet van de klagers af zou zijn. Er zou een klacht worden ingediend bij het Europese Hof van Justitie (EHRM). Indien een dergelijke klacht wordt ingediend, is Wilders echter helemaal geen partij in die procedure. Een dergelijke klacht wordt ingediend tegen de Staat der Nederlanden.

Wilders is dus ook als een klacht wordt ingediend wel degelijk van de zaak af. Als die klacht al kans van slagen zou hebben, kan dit hooguit ertoe leiden, dat de Staat aan klagers een schadevergoeding moet betalen wegens schending van het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens. Wilders staat hier volledig buiten.

Maar een dergelijke klacht maakt op voorhand al geen enkele kans van slagen. Immers voordat aan de beoordeling van de klacht toegekomen kan worden, moeten de nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Indien de ene burger (klagers) schade wordt toegebracht door een andere burger (Wilders), dan is primair het civiele recht bedoeld om hiertegen bescherming te bieden. Een civiele procedure is dan de meest aangewezen procedure om rechtsbescherming te verkrijgen. Die civiele procedure zijn klagers nog niet eens begonnen. Een klacht bij de EHRM is dus prematuur.

In een civiele procedure kan voor ieder slachtoffer van de onnodig grievende uitlatingen van Wilders een schadevergoeding gevorderd worden. Die schade bestaat uit vermogensschade (6: 96 B.W.) en immateriële schade (6: 106 B.W.). Vermogensschade kan bijvoorbeeld ontstaan, wanneer een slachtoffer door de sfeer, die Wilders in de maatschappij heeft opgeroepen, moeilijker een stageplaats of een baan heeft kunnen vinden. Indien dit aangetoond kan worden, kan een dergelijke schadepost snel oplopen. Ter vergelijking: de Letselschaderaad adviseert voor studievertraging van een jaar bedragen van € 5.490,00 (basisschool) tot € 18.633,00 (HBO / WO). Ik merk hierbij op, dat deze bedragen lager zijn dan de werkelijke schade, die in de meeste gevallen is ontstaan. Daarnaast kunnen voor organisaties van slachtoffers ook kosten zijn ontstaan, om slachtoffers op te vangen en het door Wilders veroorzaakte na deel zoveel mogelijk te compenseren. Ook die kosten behoren tot de schade, waarvoor een vergoeding gevraagd kan worden.

De immateriële schade is een vergoeding voor (populair gezegd) de ellende die de uitspraken van Wilders voor de slachtoffers heeft veroorzaakt. Naarmate de uitlatingen meer invloed op het slachtoffer hebben gehad, zal de vergoeding hoger zijn. Het kan per slachtoffer oplopen van enige honderden euro's tot enige duizenden euro's. Het blad FEM werd op 13 september 2005 door de Rechtbank Haarlem (LJN: AU2693, Rechtbank Haarlem , 116334/KG ZA 05 - 475) veroordeeld tot een voorschot op de immateriële schadevergoeding van € 20.000,00 voor onnodig grievende uitlatingen.

Indien klagers Wilders willen aanpakken, doen zij er derhalve verstandig aan advocaten in te schakelen, die zich toeleggen op civiele procedures.

Advocaat:
Mr. Gilles Beydals


Plaats een reactie

Naam:
E-mail adres:
Reactie:
 
This is a captcha-picture. It is used to prevent mass-access by robots. (see: www.captcha.net)
 



info@bmkadvocaten.nl
T. +31 (0)20 535 22 22
F. +31 (0)20 535 22 32
Gebouw Sarphatiplaza
6e etage
Rhijnspoorplein 30
1018 TX Amsterdam
Postbus 16626
1001 RC Amsterdam