Actualiteiten

19 september 2011

Herstel dienstbetrekking ondanks ontslagvergunning UWV

Aan een dienstverband kan op diverse wijzen een einde komen. Indien er sprake is van een vast dienstverband (voor onbepaalde tijd) en de werkgever wil van de werknemer af dan kan hij het UWV Werkbedrijf verzoeken om een ontslagvergunning af te geven. In gevallen waarin werknemers meer dan twee jaren arbeidsongeschikt zijn wordt deze weg veelal door werkgevers bewandeld. Uit onderstaande zaak blijkt een gegeven ontslagvergunning niet altijd het ultimum remedium.

Een werkneemster van 60 jaar oud was wegens psychische klachten uitgevallen. Gedurende de re-integratie werd de werkneemster begeleid in tweede spoor met de bedoeling dat zij een baan elders zou verkrijgen. Dit lukte echter niet. Toen de arbeidsongeschiktheid meer dan twee jaren had geduurd heeft de werkgever aan het UWV Werkbedrijf verzocht toestemming te verlenen om de arbeidsovereenkomst te mogen opzeggen. In de wandelgangen wordt dat vaak ook aangeduid als het verzoek om een ontslagvergunning. Als reden gaf de werkgever op de langdurige arbeidsongeschiktheid en het vermoeden dat die arbeidsongeschiktheid nog langere tijd zou aanhouden. Het UWV Werkbedrijf schakelde een arbeidsdeskundige in op wiens advies de gevraagde toestemming werd verleend. Vervolgens werd de arbeidsovereenkomst opgezegd.

De werkneemster nam met deze gang van zaken geen genoegen en spande een zogeheten “kennelijk onredelijk ontslagprocedure” aan. Een en ander is mogelijk op grond van artikel 7:681 BW. Vaak worden dergelijke procedures door werknemers gevoerd met als doel een misgelopen ontslagvergoeding te verkrijgen. In dit geval vorderde de ontslagen werkneemster echter herstel van de dienstbetrekking. Artikel 7:682 eerste lid BW maakt dit namelijk ook mogelijk.

De kantonrechter te Utrecht wees de vordering van de werkneemster toe. Hij vond dat het advies van de arbeidsdeskundige te veel leunde op de informatie die hij van de werkgever had verkregen en te weinig (1x) met de werkneemster had overlegd. Buitendien vond de kantonrechter dat niet is gebleken waarom de werkneemster -die door de bedrijfsarts daartoe inmiddels wel in staat werd geacht- niet weer binnen de organisatie van de werkgever aan de slag had gekund. De werkgever werd derhalve veroordeeld om de werkneemster weer in dienst te nemen. De kantonrechter bood de werkgever nog wel een ontsnappingsroute: indien plaatsing alsnog onwenselijk of onmogelijk zou zijn dan zou een boete moeten worden betaald van € 16.942,78.

Hoe de kwestie verder is verlopen is mij niet bekend. Duidelijk is in ieder geval dat een ontslag via een ontslagvergunning alsnog kan worden aangevochten. De werknemer dient mijns inziens dan wel over sterke argumenten te beschikken. Welke dat zijn hangt steeds af van de omstandigheden van het geval. De ontslagen werknemer doet er dan ook goed aan zich daarover eerst goed te laten voorlichten door een ter zake kundige jurist of advocaat.

Advocaat:
Mr Peter P. Klokkers


Bron: Rechtbank Utrecht sector kanton 13 juli 2011 LJN BR1276


Plaats een reactie

Naam:
E-mail adres:
Reactie:
 
This is a captcha-picture. It is used to prevent mass-access by robots. (see: www.captcha.net)
 



info@bmkadvocaten.nl
T. +31 (0)20 535 22 22
F. +31 (0)20 535 22 32
Gebouw Sarphatiplaza
6e etage
Rhijnspoorplein 30
1018 TX Amsterdam
Postbus 16626
1001 RC Amsterdam